In veel Nederlandse bossen groeit de Douglasspar. Het is een boom die tot de coniferen behoort en in de winter groen blijft. Behalve zijn wintergroene karakter heeft de boom nog andere interessante eigenschappen. De dikke schors van de bomen is vrijwel vuurvast waardoor bosbranden amper een gevaar vormen, het hout is waardevol timmerhout en de naalden verspreiden bij kneuzing een aangenaam fruitige geur..jpg)
Van nature groeit de douglasspar in westelijk Noord-Amerika. Met hoogtes tot 100 meter behoort de boom tot de hoogste soorten ter wereld. In het zogenaamde Groene Douglas-gebied (in de staten Oregon, Washington en Brits-Columbia) bevinden zich nog eeuwenoude oerbossen van douglassparren.
De boom heeft zijn naam te danken aan de befaamde Schotse plantenverzamelaar en botanicus David Douglas die de eerste exemplaren in 1825 naar Europa bracht. Inmiddels is de naaldboom in veel Europese landen ingeburgerd en vanwege de kaarsrechte groeiwijze ook hier een belangrijke houtleverancier. Overigens bereikt de boom hier hoogtes tot 'slechts' 50 meter.
Het hout heeft een lichtgele tot roodbruine tint en een gevlamde tekening. Het is duurzaam en veerkrachtig en wordt vooral gebruikt voor meubels, deuren en vloeren. Vroeger maakte men van de stammen ook steigerpalen en scheepsmasten. In de botanische tuin van Kew, nabij Londen, is een oude scheepmast van 65 meter lengte te bewonderen.