Een berceau is een wandelpad dat door loof is overdekt. Niet het losse loof van spreidende takken zoals in een dicht gegroeid bos maar strak boogvormig geleide takken die tezamen uiteindelijk een donkere tunnel vormen. Een berceau is eigenlijk een afgesloten tunnel bestaande uit tal van gebogen takken.
De eerste berceaus stammen uit de 17e eeuw. Vooral in klooster- en kasteeltuinen was het een geliefd tuinonderdeel.
Voor kloostertuinen was de berceau vooral functioneel. De begroeiing bestond veelal uit appel- en perenbomen zodat er jaarlijks flink van was te oogsten.
In kasteeltuinen had de loofgang een heel ander nut. In de 17de eeuw was het bij de adel erg trendy een zo blank mogelijke huid tehebben. Vooral adellijke dames vonden dat belangrijk. Met een wit gelaat wilde men zich duidelijk onderscheiden van niet-adellijke personen die veel in de buitenlucht werkten en daardoor nogal bruin werden. Om zich toch geregeld buiten te kunnen bewegen zonder een zonnekleurtje te krijgen, was de berceau de ideale oplossing.
Traditioneel gebruikte men meestal de haagbeuk (Carpinus betulus) omdat die makkelijk buigbare en dichtbebladerde twijgen heeft.
De berceau is nog geregeld in hedendaagse tuinontwerpen te vinden. Zo'n loofgang is een geliefd architectonisch element om een tuin zowel een bijzondere uitstraling te geven als de ruimtelijke werking ervan te bevorderen.
Een lange loofgang werkt als een duidelijke zichtlijn naar één eindpunt. Wie aan het begin van een loofgang staat en zijn blik op dat eindpunt richt, ziet dat de gang zich naar het einde toe versmalt. Dit is natuurlijk optisch bedrog maar wie aan het einde van de lijn bijvoorbeeld een kunstwerk plaatst, of misschien juist kiest voor de openheid van het aansluitende landschap, versterkt het gevoel van extra diepte waardoor een tuin groter lijkt.
Een loofgang begint met het plaatsen van planten aan beide zijden van een pad. Wanneer ze een flinke hoogte hebben, kun je de toppen naar elkaar toe buigen. Zo ontstaat een tunnel die uiteindelijk geen of weinig zonlicht meer doorlaat. Dat is natuurlijk afhankelijk van de mate waarin men snoeit.
Soms is de start van een berceau een hekwerk waarlangs de takken stevig worden aangebonden. Dit is vooral een optie voor wie een strakke vormgeving wil. Wie planten gebruikt met slappe twijgen doet er verstandig aan eerst een stevig frame te plaatsen. Denk hierbij aan een berceau van een klimplant als de blauwe regen, een snelgroeiende rozensoort of een rijkdragende kiwiplant.
Vrijwel alles is mogelijk en door te kiezen voor de juiste beplanting, kan er een beeld ontstaan dat gedurende alle seizoenen aantrekkelijk is.
Een bekende berceau in Nederland is de in 1865 geplante meanderende loofgang de 'Groene Bedstee' op het landgoed Mariëndaal. Deze tunnel van beuken is maar liefst vierhonderd meter lang. In Noord-Wales is de loofgang van goudenregen in de tuin van Bodnant spraakmakend. Elk voorjaar wanneer de goudenregens in volle bloei staan, hangen de duizenden bloemtrossen met heldergele bloemen als een ware stortbui boven de passanten.