De geschiedenis van Flevoland


In de eerste eeuwen na Christus was er in het gebied rond het huidige IJsselmeer sprake van een groot meer. Een meer dat in het verlengde lag van het deltagebied van de rivieren Vecht en IJssel en van de Vlie, de zee-engte tussen de Noordzee en de Zuiderzee. In die tijd spraken de Romeinen al over het Flevomeer.

Pas in de vroege Middeleeuwen groeide dit Flevomeer uit tot de omvang van het huidige IJsselmeer. De watervlakte heette in de volksmond Almere, ofwel het grote meer. Slechts met enkele geulen had het verbinding met de Waddenzee.


'Ludolf's schip op de Zuiderzee, voor de kust van Naarden'

Vloedgolven

Na het jaar 800 zorgden vloedgolven in het gebied voor een grotere invloed van de Noordzee. Er kwamen meer open verbindingen tussen de zee en het Almere. Met aan de ene kant de zee en aan de andere kant de mondingen van de rivieren de IJssel en de Vecht ontstonden zoetwatermeren die langzaam overgingen in gebieden met brak water.

Waarschijnlijk door afname van het zoete water uit de rivieren, veranderde het water rond 1600 van brak naar bijna zout. Vanwege die verandering spreekt men vanaf deze periode pas over de Zuiderzee.

Hendric Stevin

Vanaf het moment dat de Zuiderzee een feit was, zijn waterbouwkundigen gaan speculeren over het terugwinnen van land. Wieringen, Marken, Schokland en Urk waren toen nog kleine eilanden omgeven door het ruige water.

De eerste wetenschapper die met een gedegen plan kwam was Hendric Stevin. Hij stelde in 1667 voor om een dijk te leggen van de kop van Noord-Holland richting de Groningse kustlijn. Het was geen plan dat onder luid applaus werd ontvangen maar zonder dat Stevin het zelf in de gaten had, was hij zijn tijd al ver vooruit.


Cornelis Lely

Het duurde ruim twee eeuwen voordat Cornelis Lely met hetzelfde idee wel successen boekte. Hij presenteerde zijn plannen in 1891 maar moest nog wachten tot 1918 alvorens het parlement tot goedkeuring besloot. Vanaf dat jaartal begon de Dienst der Zuiderzeewerkzaamheden met het voorbereiden van de plannen.

In 1920 bestond de eerste activiteit uit de aanleg van de Amsteldiepdijk. Die sloot een eerste deel van de Zuiderzee af.

Daarna begon het echte werk; de aanleg van de Afsluitdijk. Met de aanleg van deze dijk, die loopt van het Noord-Hollandse Den Oever naar het Groningse Zurich, was de omdoping van Zuiderzee naar IJsselmeer definitief een feit.

Vierde grootste stad

Als eerste IJsselmeerpolder verscheen de Noordoostpolder. In september 1940 viel deze polder droog en kwam het voormalige eiland Urk daardoor bij het vasteland. De aanleg van Flevoland begon pas na de oorlog.

In 1956 sloot de eerste dijk zich rondom Oostelijk Flevoland. Als invulling kwamen er enkele dorpen en slechts één stad. Die stad kreeg de naam Lelystad, vernoemd naar Cornelis Lely, de geestelijk vader van de Zuiderzeewerken.

Met het volledig verdwijnen van de zee in Zuidelijk Flevoland werd het tweede polderdeel ingevuld. In 1958 kwam het idee voor een tweede stad: Almere. Almere moest vooral de woningdruk vanuit Amsterdam en 't Gooi opvangen.

Al vanaf het begin verliep de groei van Almere voorspoedig. Het bleek een populaire woonplaats voor veel mensen uit de drukke randstad. Als de voorspellingen uitkomen, zal Almere in 2030 qua grootte de vierde stad van Nederland zijn.

Waar komt de naam Flevo vandaan?

Flevoland is zo genoemd omdat de Romeinen twee eeuwen terug al spraken over Lacus Flevo, ofwel Flevomeer. In die tijd had de Rijn een aftakking vanaf Utrecht naar het het noorden. Die aftakking verbreedde zich tot een meer om daarna weer te versmallen en als rivier in de Noordzee uit te monden.

De naam van die noordelijke rivierarm was toen al Flevum of Flevo. Dezelfde naam had een Romeins verdedigingsfort dat op een eiland in het kleine meer was gebouwd.

| | fav
Kennis Kennis
Natuur Natuur
Water Water

vitens