De geschiedenis van het dal van de Mosbeek gaat miljoenen jaren terug. Toen Twente eerst nog een ondiepe zee was, verschenen de ijstijden. In de voorlaatste ijstijd – de periode van 200.000 tot 120.000 jaar geleden – schoven enorme ijsmassa's zand, leem en grind voor zich uit waardoor de stuwwalcomplexen van Ootmarsum en Vasse ontstonden. De Galgenberg en de Kuiperberg zijn twee heuvels die ook nog duidelijk naar die tijd verwijzen.
Na de ijstijden veranderde het klimaat. Het werd milder waardoor de mens het gebied beetje bij beetje in cultuur bracht. Dat zoiets niet eenvoudig was, kwam door de laaggelegen gebieden die vooral erg nat waren. Wonen en het verbouwen van gewassen was alleen mogelijk op de hoger gelegen, droge plekken.
Zo ontstond uiteindelijk een fijnmazig patroon van woongemeenschappen, landbouwgronden, houtwallen, heidevelden en natte hooilanden met daar tussendoor de kronkelende, karakteristieke Mosbeek.
De Mosbeek behoort tot de laatste ongeschonden beken van Nederland. Het is een van de mooiste en meest afwisselende bezittingen van Landschap Overijssel.
Het gevarieerde gebied en de rijke flora en fauna maken het dal van de Mosbeek tot een ideale wandelomgeving voor natuurliefhebbers. Heuvels en dalen bepalen het beeld van deze bijzondere streek die doorsneden wordt door diverse openbare wegen en wandelpaden. Bekend is het langs de Nederlandse-Duitse grens lopende Kommiezenpad dat leidt naar het prehistorische graf van de Man van Mander.

De molens langs de Mosbeek, waarin vroeger papier werd gemaakt, zijn nog altijd kenmerkend voor het gebied. De molen van Bels en de molen van Frans bestaan nog steeds. De molen van Bels is ingericht als theeschenkerij en restaurant en er is een tentoonstelling te zien over wind- en watermolens in Overijssel. De molen van Frans is ingericht met een permanente expositie over de geschiedenis van de molen, de prehistorie, de ontstaansgeschiedenis van het reservaat en de flora en fauna.
In sommige delen van het erosiedal staan bomen als de els, de es en de haagbeuk. Ook groeien er wilde kersen en hazelnoten. In het voorjaar, nog voor de bomen in het blad komen, zijn er de kleuren van de voorjaarsbloeiers. Als eerste bloeien bodembedekkers als het speenkruid en de goudveil die in Nederland zeldzaam is. Snel daarna staan de bosanemoon, de dotterbloem en het muskuskruid in bloei.
In de vroege zomer zijn er margrieten en koekoeksbloemen maar stelen vooral wilde orchideeën de show.
Landschap Overijssel kocht het gebied van de Mosbeek eigenlijk per toeval. Het was net na de Tweede Wereldoorlog toen een groep afgevaardigden ging polsen of aankoop van de Mosbeek een optie was. Tijdens de bezichtiging was er de nodige twijfel maar de dames in het gezelschap bleken erg onder de indruk van het hier groeiende moerasvergeet-mij-nietje. Ze drongen er bij de heren op aan om het gebied toch te vooral kopen. Uiteindelijk – en gelukkig maar – kregen zij hun zin. Het dal van de Mosbeek is nog altijd een prachtig stukje natuur!