Het meest tot de verbeelding sprekende dier dat in Natuurpark Lelystad rondloopt – al is het alleen al vanwege zijn naam – is het przewalskipaard.
Het przewalskipaard is een van oorsprong wild paard dat aanvankelijk alleen voorkwam op de uitgestrekte grasvlakten van Mongolië. Daar graasden de laatste wilde exemplaren nog tot in de jaren zestig van de vorige eeuw. Daarna beschouwde men het dier als uitgestorven.
Gelukkig waren begin vorige eeuw dertien przewalskipaarden in dierentuinen ondergebracht. Een bescheiden aantal maar genoeg om mee te kunnen fokken. Eind jaren zeventig was het aantal paarden al opgelopen tot ongeveer 300 en eind jaren negentig liepen er alweer zo'n 1500 rond.
Vanuit de dierentuinen werden speciaal samengestelde kuddes przewalskipaarden overgebracht naar natuurgebieden, waaronder het Natuurpark Lelystad. In die natuurgebieden zijn intussen weer verschillende nieuwe paardengeneraties geboren waarvan een deel weer terug is uitgezet op de grasvlaktes van Mongolië.
Waarom heeft het przewalskipaard eigenlijk zo'n ingewikkelde naam? Dat komt omdat het paard vernoemd is naar zijn ontdekker; kolonel Nikolaj Przewalski. Deze kolonel was een Russische militair die leefde van 1839 tot 1888 en die verschillende expedities ondernam naar Centraal-Azië. Tijdens die reizen ontwikkelde hij zich als de eerste westerse wetenschapper die het landschap, de flora en de fauna van dit immense gebied in kaart bracht. In 1878 ontdekte hij een wilde paardensoort die vanaf dat moment het przewalskipaard wordt genoemd.
Een ander dier dat tot zijn ontdekkingen behoorde, is de wilde kameel. Die komt slechts hier en daar voor in het Aziatische binnenland en is kleiner dan de bekendere huiskameel.
Een przewalskipaard lijkt enigszins op een fjordenpaard, een van de drie inheemse paardenrassen van Noorwegen. Is een fjordenpaard nog wel te berijden, een przewalskipaard leent zich daar zelden voor. Dat is eenvoudigweg te wild.
Kenmerkend voor het przewalskipaard zijn de korte benen waarmee hij er niet zo wendbaar uitziet. Het onderste gedeelte van die benen is zwart wat sterk contrasteert met de beige vacht. Verder heeft het paard korte, rechtopstaande manen en een witte snuit.