Het gebruik van veldnamen kom je in heel Nederland tegen, maar op Terschelling leeft het enorm. Denk eens aan 'Doodemanskisten', 'Griltjeplak', 'Pad van Paal3'. Arjen Kok deed er onderzoek naar. Bijna 12 jaar lang verdiepte hij zich in de namen van duinen, valleien en paden op Terschelling. Met een mooi woord 'toponiemen'.
Zijn interesse voor veldnamen werd gewekt toen hij bezig was aan zijn eerste boek over Terschellinger boerderijen. Op historische kaarten vielen deze namen van landerijen op. Er was vroeger namelijk nog geen kadaster. Toch was het nodig om percelen te kunnen benoemen, bijvoorbeeld bij de verkoop van stukken land of om landarbeiders te vertellen waar ze moesten werken. Ook maakte de cranberryteelt het nodig om de duinvalleien te benoemen waar de bessen groeien. De bosaanplant ter bescherming van de kust zorgde voor nieuwe paden. En achter deze namen schuilt vaak een betekenis of verhaal. Het gebruik ervan is een dynamisch proces, er verdwijnen namen, maar er komen ook weer nieuw bij. Reden genoeg voor Arjen Kok om dit voor het nageslacht vast te leggen. De namen worden beschreven in het boek Aastermiede & Wachthuusplak: veldnamen op Terschelling in duin en polder.
