Voordat in 1932 de Afsluitdijk er was, was er in Nederland een grote binnenzee. Deze Zuiderzee werd door de Afsluitdijk automatisch verdeeld in het IJsselmeer en de Waddenzee. Een deel van de Zuiderzee is door inpoldering land geworden. Flevoland is toen 'gemaakt'. Er is meer dan dertig jaar aan gewerkt, tussen 1936 en 1968. Eigenlijk was het de bedoeling om nog meer land in te polderen, maar hier waren te veel mensen tegen. Daarnaast was het financieel niet haalbaar.
Omdat het zoute water in het IJsselmeer langzaam veranderde in zoet water, moesten de vissers zich ook aanpassen. Ze bleven vissen naar paling, maar hadden wel veel last van de sterke toename van aalscholvers. Aan de Zuiderzee lagen vijf eilanden. Hier is er nog maar een van over: Pampus. Marken, eerst ook een eiland, is door een dam een schiereiland geworden. De overige eilanden zijn opgegaan in het land.