Als je een rups ziet lopen, is het toch een raar idee dat deze binnenkort een bijzondere vlinder wordt. Vroeger wist men dit niet en dachten ze dat een rups en een vlinder twee verschillende soorten waren.
De vrouwtjesvlinder zoekt een plek uit waar lekker voedsel voor de rups te vinden is. Zo kunnen ze direct eten als ze geboren worden. Voor het ene soort zijn dit brandnetels, voor het andere bijvoorbeeld koolplanten.

Rupsen groeien heel snel. Omdat hun huid niet meegroeit, hebben ze daarom regelmatig een nieuw huidje nodig. Na een keer of vijf vervellen, gaan ze voor de echte metamorfose. Het is tijd voor de rups om te verpoppen. Dit betekent dat zijn vel weer opengaat en hij zich vasthecht met een spinseldraad. Ook eet hij niet meer. Nu blijft hij 10 tot 20 dagen aan bijvoorbeeld een tak hangen om zo langzaam een vlinder te worden.

Als de vlinder 'af' is, kruipt hij naar buiten. Hij droogt in het zonnetje zijn vleugels en gaat vervolgens op zoek naar nectar van bloemen.