Wie in de ene hand een braam heeft en in de ander een framboos, ziet dat de vruchten nogal op elkaar lijken. Toch zijn er behoorlijk wat verschillen tussen deze twee fruitsoorten.
Wie de planten in de natuur tegenkomt, ontdekt meteen al enkele duidelijke verschillen. De twijgen van een framboos groeien min of meer recht omhoog, zijn bescheiden gedoornd en komen op enige afstand van elkaar uit de grond.
De twijgen van een braam zijn lang en slap en maken een boog, vaak steun zoekend bij buurplanten. Daarnaast zijn bramentakken zeer sterk gedoornd en komen ze met meer twijgen tegelijk vanuit eenzelfde grondscheut naar boven.

De framboos is in Europa algemeen voorkomend maar wilde planten produceren slechts weinig vruchten. Ze bevatten echter meer aroma en suiker dan de veredelde soorten. Ze zijn dus lekkerder! Voor wie een rijke oogst wil, zijn gecultiveerde frambozen beter. Er zijn rassen die de hele zomer vruchten geven en daarnaast zijn er zijn ook herfstframbozen. Daarvan is alleen vanaf september te oogsten waarbij droog en zonnig weer bevorderlijk is voor de hoeveelheid vruchten.
Ook de braam komt algemeen voor, veelal in bosrijke gebieden. Daar groeit de struik langs de bosrand, meestal in kreupelhout. De braam groeit op alle grondsoorten maar hoe droger de grond, hoe kleiner en zuurder de vruchten. Wilde bramen geven een rijke oogst. De vruchten moeten wel vóór de herfst geplukt worden want bij nat weer rotten ze. Wie een tuincentrum bezoekt, merkt dat er behoorlijk wat cultuurvormen van de braam te koop zijn. Vaak geven ze grotere vruchten en andere smaken dan de wilde soort.
Er bestaan ook tal van (natuurlijke) kruisingsvormen tussen framboos en braam. In totaal zo'n 1500. Wie in zijn tuin een juiste mix aanplant van frambozen, bramen en enkele kruisingsvormen kan vanaf eind juni tot ver in de herfst een keur aan vruchten oogsten. Vruchten die allemaal een eigen smaak hebben.
Het is heel verleidelijk om van in het wild groeiende bramen en frambozen te snoepen. Maar pas op: pluk alleen boven kniehoogte. Waarom? Vaak leven er vossen in de omgeving en dan is er de kans dat zo'n beestje tegen de struiken heeft geplast. Via vossenurine kun je besmet raken met de vossenlintworm. De kans is klein maar wees toch maar voorzichtig, je kunt er behoorlijk ziek van worden!