In Nederland komen brandnetels volop voor. De grote brandnetel heet Urtica dioica en de kleine Urtica urens. Van brandnetels kan soep gemaakt worden en er worden zelfs wedstrijden 'brandnetel eten' gehouden. Nu denk je natuurlijk dat dat een heel naar gevoel geeft van binnen, maar het maagzuur neutraliseert de brandharen. De jonge stengels worden als spinazie of sla gegeten. Gedroogde bladeren worden gebruikt voor de thee.
Een bepaald stukje van de brandnetel is ook te gebruiken als geneeskrachtig kruid. Het is bloedzuiverend, bloedstelpend en anti-allergisch. In de tuin kun je er rupsen en luis mee bestrijden. Stop hiervoor een grote brandnetel in schoon water. De volgende dag zeef je het met een doek en verspreid je het met een gieter of plantenspuit. Omdat het water nu prikkelig aanvoelt, verdwijnen de beestjes. De plant werd ook gebruikt voor de productie van papier en textiel.
De meeste mensen raken niet zomaar een brandnetel aan. Dat is niet gek, want je zit natuurlijk niet te wachten op een brandblaar. De brandnetel heeft brandharen. Aan de top zit een weerhaakje dat vast in de huid komt te zitten als je het aanraakt. Er komt dan een mengsel van verschillende stoffen in de huid die de pijn veroorzaakt. Wil je toch perse een brandnetel aanraken of plukken, kun je dit hem het beste van onder naar boven beetpakken. De stekels staan namelijk iets naar boven, dus glij je er met je hand langs.