Wie in de ochtend de broodkruimels van de ontbijttafel naar buiten gooit, ziet daar meestal als eerste de huismus op afkomen. De huismus is eigenlijk altijd in de buurt en is een echte gezelligheidsvogel. Het liefst ontbijt hij met de mensen mee!
De huismus is misschien de vogel die het meest gewend is aan de mens. De vogel is talrijk zowel in dichtbewoonde gebieden als bij boerderijen op het platteland. Als er maar mensen in de buurt zijn.
In vrijwel alle Europese landen is de huismus te vinden, zelfs in de koudere streken rond de poolcirkel. Behalve voor gezelligheid leeft de vogel daar ook voor warmte dichtbij mensen. Aan die 'huiselijkheid' heeft de vogel zijn naam te danken.
De huismus is dus ook op ander continenten te zien. Dit vogeltje leeft eigenlijk in alle gematigde en subtropische gebieden van de wereld.
De verspreiding over de aardbol is gedeeltelijk op een natuurlijke wijze verlopen. Voor een deel is de huismus de mens eenvoudigweg gevolgd. En dat begon al in de prehistorie.
Een huismus behoort tot de zangvogels maar zijn zang wordt vaak omschreven als een onmuzikaal en eentonig getjielp.
Opvallend is het grote verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke vogel. Het mannetje heeft een grijze kruin en een zwarte bef terwijl de kruin bij een vrouwtje lichtbruin is en de gehele buik lichtgrijs. Qua grootte is er weinig verschil tussen de twee.
Het mussenpaar bouwt hun nest gezamenlijk. De plaats van het nest kan variëren. Soms bouwen de vogels hun nest onder dakpannen, soms in nestkastjes en soms tussen de takken van een dichtgegroeide struik.
Het vrouwtje legt vier tot zeven eieren die na ongeveer 12 dagen broeden uitkomen. Kuikens die net uit het ei komen, wegen maar net 3 gram. Zodra ze enige beweging in de buurt zien, sperren ze hun relatief grote bek wijd open. Ze hopen dat er voedsel in valt.
Beide vogelouders zorgen voor de voeding. Eerst zijn dat nog kleine insecten maar na een paar dagen wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger.
Na een week of twee zijn de jonge vogels sterk genoeg om uit te vliegen. Ze zijn dan nog niet meteen onafhankelijk. De ouders blijven nog een aantal dagen voedsel aanreiken.
Leefden er enkele decennia terug nog grote aantallen huismussen in Nederland, dat aantal is inmiddels drastisch verminderd. Zo'n 40 jaar geleden was de schatting dat er 1 tot 2 miljoen mussenpaartjes in Nederland leefden. Nu is dat aantal zo'n beetje gehalveerd en tellingen wijzen uit dat het aantal nog steeds jaarlijks wat terugloopt.
Ook in Engeland maken ze zich zorgen over de achteruitgang van de huismus en in Vlaanderen is de huismus inmiddels op de rode lijst gezet. De vogel heet daar 'achteruitgaand' terwijl in Nederland gesproken wordt over 'gevoelig'.
De toestand is duidelijk zorgelijk hoewel in veel andere landen helemaal geen achteruitgang wordt waargenomen. De huismus is daarom nog verre van bedreigd. In Nederland is de vogel na de merel nog steeds de meest algemene broedvogel.
Waarom die teruggang in aantal? Dat heeft diverse redenen. Bijvoorbeeld is de afwerking van huizen tegenwoordig zo 'naadloos' dat de mus er nog maar amper nestruimte vindt. Ook een rol speelt dat ouderwetse tuinafscheidingen als bijvoorbeeld ligusterhaag – een perfecte nestgelegenheid – steeds meer zijn vervangen door stenen muren of houten schuttingen. En een derde belangrijke reden is dat de graanproductie in Nederland sterk is afgenomen terwijl granen juist een belangrijke plaats innemen op de menulijst van de vogel.