De nachtzwaluw is geen zwaluw. Het is zelfs geen 'familie van'. Vroeger had de vogel ook een andere naam: geitenmelker. De boeren dachten namelijk dat de vogel 's nachts melk dronk bij schapen en geiten.
Zoals je al aan het tweede gedeelte van de naam kunt zien, gebeurt er overdag weinig. Pas als de schemering valt, wordt de nachtzwaluw actief. Hij gaat dan op zoek naar kevers, langpootmuggen, nachtvlinders en andere nachtinsecten. Deze bewaart hij in zijn keelzak.
Na zonsondergang laat het mannetje in de broedperiode een geluid horen wat sterk lijkt op het geluid van een kikker.
Vroeger dacht men dat de nachtzwaluw zijn snavel open had tijdens het vliegen. Op deze manier kreeg hij de insecten vanzelf binnen. Dit blijkt niet zo te zijn. Pas op het laatste moment doet hij zijn snavel open. De borstels rond de snavel dienen als een soort net en worden gebruikt als voelsprieten.
Lopen kan deze vogel bijna niet. Vandaar dat hij bijna constant aan het vliegen is tijdens de actieve uren. Dankzij de schutkleur kan hij de rest van de tijd op de grond of in een boom rusten. Omdat zijn ogen een andere kleur hebben en hij daardoor toch op kan vallen, doet hij zijn ogen dicht als de vijand in de buurt is.