Alle sternen (of sterns) zijn slanke vogels met lange smalle vleugels, een gevorkte staart en een puntige snavel. Op afstand hebben ze wat weg van meeuwen en ook hun kleurenpatroon bestaat vrijwel enkel uit zwart, wit en grijstinten.
Kenmerkend voor een stern zijn ook de zwemvliezen waarmee hij zich drijvend op het water kan verplaatsen.
Sternen maken spectaculaire duikvluchten. Vaak schieten ze doelgericht naar kleine visjes die net onder het wateroppervlak zwemmen en soms naar insecten die zich net bóven dat wateroppervlak bewegen.
Vrijwel alle sternen zijn lange-afstandvogels en de vele soorten komen verspreid over de hele wereld voor.
De zwarte stern is een van de drie 'moerassternen' van het noordelijk halfrond en vooral te vinden rond ondiepe moerassen en wateren. Rond 1900 was de vogel een algemeen voorkomende broedvogel in Nederland. Voorzichtige schattingen uit die tijd maken melding van 20.000 broedparen. De decennia daarna ging het snel achteruit. Rond 1975 kwamen tellingen nog tot maar twee- tot drieduidend paartjes en dat aantal is daarna nog sterker geslonken. Sinds 2004 staat de zwarte stern op de rode lijst van beschermde diersoorten.
Het teruglopende aantal zwarte sternen is vooral te wijten aan de steeds zeldzamer voorkomende krabbescheer, een voor de vogel belangrijke drijvende waterplant waarop hij graag zijn nest bouwt. Om de afwezigheid van krabbescheer te compenseren, worden tegenwoordig zogenaamde 'nestvlotjes' in waterpartijen aangebracht.
Ook de sterk toegenomen bemesting en verdroging van veengrasland speelt een belangrijke rol. Juist op en rond weinig bemeste stukken land leven veel insecten en die zijn vooral gedurende het broedseizoen hét voedsel van de zwarte stern.
De zwarte stern is een trekvogel die in Noord- en Midden-Amerika, het noorden van Zuid-Amerika, delen van Europa en Azië en Afrika voorkomt. Het is dus een echte wereldreiziger. De vogels die in Nederland broeden, overwinteren veelal voor de kust van tropisch West-Afrika. Daar leven ze vooral van de jacht op vis. Vaak 'biddend' boven het water lokaliseren ze eerst hun prooi om daarna met een vaart het water in te duiken.
De stern behoort zonder twijfel tot de lange-afstandspecialisten. De noordse stern is een soort die broedt in het hoge noorden met overwinteringgebieden rond Antarctica. Een kuiken dat op de Engelse Farne-eilanden was geringd, werd drie maanden later aangetroffen in het Australische Melbourne. De reis van 22.000 km had hij in slechts drie maanden volbracht. Even snel omgerekend, betekent dat gemiddeld 240 kilometer per dag; een van de langste geregistreerde afstanden die een vogel vloog!