Op warme zomerse avonden kan hij wel eens voorbij vliegen op zoek naar een slaapplaats. Hoewel, vliegen is een groot woord want soms lijkt het erop alsof het beestje amper weet welke richting het op gaat. Ook het landen gaat niet altijd even gemakkelijk. Vaak wat onhandig stort hij het laatste stuk eenvoudigweg naar beneden. Waar hij neerkomt lijkt een gok.
Dat zijn vliegkunst zo twijfelachtig oogt, heeft twee redenen. Het dier wordt in de eerste plaats belemmerd door de grote zware kaken. Tijdens het vliegen moet hij hierdoor een bijna verticale positie innemen om in evenwicht te blijven. Daarnaast is het gezichtsvermogen slecht. Het dier merkt alleen voorwerpen op van heel dichtbij.
We hebben het hier over het vliegend hert. Geen hert maar een kever die vliegt als een dronkelap.
Het vliegend hert is de grootste West-Europese keversoort. Hij is verwant aan de bekendere meikever maar die is de helft kleiner. Een vliegend hert meet, zonder 'gewei', circa 6 cm terwijl een meikever 2 tot 3 cm groot wordt.
Kenmerkend bij het vliegend hert zijn de grote krachtige kaken bij het mannetjesdier die de uitstraling hebben van een hertengewei. Die mannetjes ogen indrukwekkend maar zijn ongevaarlijk. De kaken dienen alleen om te imponeren en kunnen niet krachtig op elkaar worden geklemd. Wie zijn vinger tussen de kaken steekt, kan echter wel gevoelig gestoken worden door de scherpe, doornachtige vertakkingen aan de binnenzijde.
Het kleinere wijfje mist dit gewei en oogt dus als een 'gewone' kever maar kan met haar sterke kaken wel behoorlijke verwondingen aanrichten.
Volwassen kevers leven onder andere van het sap van bomen – meestal eiken, soms een beuk – en komen dus voornamelijk in loofbossen voor. Met haar krachtige kaken scheurt het wijfje de schors open en de geuren die daarbij vrijkomen, lokken de mannetjes. Mannetjes vinden die sappen lekker maar kunnen de schors met hun buitenproportionele kaken niet zelf openrijten.
Komt er meer dan één mannetje op de maaltijd af dan ontstaat er een gevecht waarbij de mannen elkaar met de kaken van de boom stoten. Het gebeurt vaak dat de kaken in elkaar verstrengeld raken en dan tilt de ene kever zijn rivaal op zodat het slachtoffer los van de ondergrond komt. Uiteraard mag de winnaar met het wijfje paren.
De eitjes worden gelegd in gevelde bomen of boomstronken. Ook hier weer geeft het vliegend hert de voorkeur aan de eik. De larven leven van het vermolmde hout dat vaak half begraven ligt en vochtig moet zijn zodat schimmels het eenvoudig kunnen afbreken. Pas dan is het voor de larve makkelijk eetbaar.
De witte larven voeden zich vijf tot acht jaar en kunnen tot 11 cm lang worden. Eenmaal volgroeid, transformeren ze tot kever.
In Nederland komt het vliegend hert zeer weinig voor. Het is een kwetsbaar insect vanwege de hoge eisen die het stelt aan het voedsel en vanwege de lange ontwikkelingscyclus van de larve. Door het verdwijnen van geschikte leefgebieden, met name het steeds zeldzamer worden van voedselbronnen voor de larven, is de kever de laatste jaren een zeldzame verschijning geworden.
Gelukkig blijven dode bomen steeds vaker in de bossen liggen en is er de hoop dat het aantal kevers in de toekomst weer langzaam toeneemt.
(De foto's van het vliegend hert zijn gemaakt door Mark Zekhuis)