Met een gewicht tussen de 500 kilo (een volwassen koe) en 800 kilo (een volwassen stier) én de imposante horens lijken Schotse hooglanders geen dieren om te aaien.
Toch zijn deze runderen totaal niet agressief, ook de stieren niet. Wat wel geldt voor deze dieren, zoals ook voor alle andere dieren, wees voorzichtig als ze jongen hebben. Kom je in de buurt van een koe met een kalf dan kan het moederdier uit bescherming een dreigende houding aan gaan nemen. Herkenbaar toch; wij mensen zijn immers ook op ons hoede wanneer vreemden het op onze kroost hebben voorzien.
De Schotse hooglander is afkomstig uit het westen van Schotland en de Hebriden-eilanden die daar voor de kust liggen. Het ras stamt af van een klein Keltisch rund en is qua omvang iets kleiner dan de voor ons zo bekende zwartbonte melkkoe. Hij lijkt wel wat imposanter maar dat komt vooral door de zware vacht!
Die ruige beharing van het dier is helemaal aangepast aan het klimaat van het land waar het vandaan komt. De vacht bestaat uit twee lagen. Gedurende de zomer is er sprake van alleen een onderlaag en in de herfstperiode groeit daar een dikkere laag overheen. Zo kunnen de dieren de koude en natte Schotse winters probleemloos trotseren. Ook in Nederland verandert de dikte van de vacht met de seizoenen.
Meestal is een Schotse hooglander bruin. Mooi roodbruin. Soms komen zwarte, blonde, bruin-zwart gestreepte en – heel zelden – bijna witte exemplaren voor.
Behalve een ruige vacht heeft de Schotse hooglander ook indrukwekkende horens.
Aan die horens is meteen het verschil tussen een stier en een koe te zien; bij een stier krullen de hoorns naar beneden en bij een koe staan de hoorns overeind.
Schotse hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden. Een koe brengt in haar leven zo'n 10 tot 15 kalveren ter wereld.
Inmiddels zijn er meer Schotse hooglanders buiten Schotland te vinden dan in Schotland zelf. In Nederland leven de ruige beesten vooral in diverse natuurgebieden waar ze de begroeiing onder controle houden. Door hun begrazing beperken ze de groei van heide en voorkomen ze de aanwas van nieuwe bomen en uitzaaiende grassen.
De dieren leiden vaak een geheel natuurlijk bestaan. Ingrijpen door de mens gebeurt zelden. In veel gebieden komt slechts een enkele keer per jaar een veearts langs voor een controlerende blik. Heel af en toe wordt er bijgevoerd, bijvoorbeeld met aardappelen. Dit bijvoeren zorgt voor wat extra vet op de botten maar is ook nodig om een goede band met de dieren te onderhouden.