De spanrups van de kleine wintervlinder is weer volop actief. Met name eikenbomen, esdoorns en andere loofbomen worden bijna kaalgegeten. In de periode dat alle andere bomen fris in het voorjaarsloof staan, blijven deze bomen dus kaal en bruin.
Ze zien er zielig uit, die aangevreten bomen. Onderzoek heeft aangetoond dat er taksterfte kan optreden wanneer deze vraat vier jaar op rij plaatsvindt. Wordt de boom compleet kaalgevreten dan kan de rupsenaanval uiteindelijk zelfs leiden tot het volledig afsterven van de boom. De verzwakte bomen raken dan namelijk langzaam maar zeker hun natuurlijke afweer kwijt en de weg voor secundaire aanvallers als de larven van de eikenprachtkever, schorskevers, hout- en stamboorders ligt dan open.
Toch vallen de gevolgen dikwijls nog mee. Vaak stoppen de heldergroen gekleurde rupsen begin juni met het eten van het blad. Ze krijgen dan last van het inmiddels in het eikenblad gevormde looizuur. De rupsen verpoppen zich zodat de bomen nog net tijd hebben om nieuw blad te maken. Dit heet het St.-Janslot en is de nieuwe uitloop die een boom maakt na 24 juni, de dag van St.-Jan.
De spanrups van de kleine wintervlinder, een nachtvlinder die deze naam draagt omdat hij rondvliegt van oktober tot in maart, zorgde vroeger ook vaak voor overlast in boomgaarden. Ook daar vraten zij hele bomen kaal. Om ei-afzetting te voorkomen, bracht men kleverige banden aan om de stam van de bomen. Hier bleven de omhoog klimmende vrouwelijke nachtvlinders aan vastplakken.
Tegenwoordig wordt in de fruitteelt ook gebruikt gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen om aanvallen van de rups van deze kleine nachtvlinder tegen te gaan.
Ook de eikenprocessie-rups komt in april of mei tevoorschijn en is een belager van- eikenbomen. De rupsen zijn oranjeachtig van kleur en ze kleuren later grijsgrauw met lichte zijden. Na de derde vervelling krijgen de rupsen donkere brandharen op de rug. Die haartjes, voorzien van kleine weerhaken, dienen als afweermechanisme. Ze verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met mens en dier bij wie ze gemakkelijk de huid, ogen en luchtwegen binnendringen.
Voor de niets vermoedende passant liggen dan flinke irritaties als huiduitslag, zwellingen, rode ogen en hevige jeuk op de loer. Het beste is daarom met een grote bocht om aangetaste bomen heen te lopen!