Hulp voor gestrande dieren




Iedereen op Terschelling kent Hessel Wiegman. Hij is eilander pur sang.

Tot 35 jaar geleden werkte Hessel bij een bergingsbedrijf van schepen, daarna had hij een tijdlang een eigen café. Echter het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het strand bleef aan Hessel trekken. Niets liever is hij daar de hele dag te vinden, behalve om te jutten ook om zieke dieren te redden.

Hessel besloot daarom zijn café te verhuren en zich vol op het 'strandleven' te gooien. Van het geld dat hij van de huur ontvangt, vervult hij nu zijn droom.

Huilers

Dagelijks redt Hessel zieke zeehonden, huilers (baby-zeehondjes), aangespoelde vogels en andere verzwakte dieren. Hij neemt ze mee en verleent, indien nodig, eerste hulp. Tijdens zijn speurtocht naar hulpbehoevende dieren komt Hessel uiteraard nog van allerlei andere attributen tegen. Zijn schuur staat daarom vol met de meest uiteenlopende juttertrofeeën.

Verzwakte zeehonden brengt hij naar de Zeehondencrèche in Pieterburen. In dit bekende opvangcentrum krijgen ze de benodigde behandeling en kunnen ze weer op krachten komen.

 

Zeehonden in Nederland

Over de hele wereld leven 19 soorten zeehonden. Ze komen aan beide polen voor maar ook rond de evenaar, bijvoorbeeld bij de Galapagos-eilanden. In Nederland is de waddenzee een bij uitstek geschikt gebied .

De zeehond is een perfecte duiker, jager en zwemmer. Het dier heeft zijn lichaam daarvoor helemaal aangepast. Om goed gestroomlijnd door het water te kunnen gaan, ontbreken zelfs de oorschelpen. Horen doet hij overigens prima maar de oren zitten verscholen in de harige vacht. Wie een zeehond goed bestudeert, ziet ook de opvallende tastharen, zowel in de vorm van een snor als in de vorm van wenkbrauwen.

Zeehonden hebben het, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, helemaal niet koud in het zeewater. Ook niet bij strenge kou. Een dikke speklaag houdt de lichaamswarmte uitstekend vast.

Een bijzonder fenomeen is dat een zeehond onder water kan slapen. Het dier kan tot twintig minuten lang de adem inhouden. Ook wanneer een zeehond op het droge slaapt, ademt hij niet. De benodigde zuurstof haalt het dier behalve uit het bloed ook uit de spieren.

De gewone en de grijze zeehond 

Van alle zeehondensoorten leven er twee in de Waddenzee; de gewone zeehond en de grijze zeehond. Beide soorten hebben het er buitengewoon naar hun zin omdat eb en vloed ervoor zorgen dat er voldoende droogvallende zandbanken zijn waar de dieren op kunnen rusten en waar ze hun jongen kunnen zogen.

De gewone zeehond heeft een rug die licht- of donkergrijs of licht- of donkerbruin is. De buik is altijd lichter. De rug is ook gespikkeld met gevarieerde vlekken. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren zijn moeilijk uit elkaar te houden omdat ze eenvoudig vrijwel even groot zijn en dezelfde kleur hebben. Pasgeboren dieren hebben bij de geboorte geen witte wollige babyvacht meer. Die hebben ze alleen in de baarmoeder. De gewone zeehond jongt in de late lente en de vroege zomer.

Al eeuwenlang wordt op de gewone zeehonden gejaagd. Tegenwoordig is dat aan de Nederlandse, Duitse en Deense kust verboden maar in landen als Canada gaat de jacht nog altijd door.

De grijze zeehonden is robuuster. Terwijl de gewone zeehond circa 1.70 lang wordt, haalt de grijze zeehond zeker de 2 meter. Er is ook een duidelijk verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. De mannetjes zijn steviger en hebben een grotere en bredere kop dan de vrouwtjes en de bek is verhoudingsgewijs lang en breed. De basiskleur van mannelijke dieren is bruin met lichte vlekken terwijl die van vrouwelijke dieren grijs is en donkere vlekken heeft. Pasgeboren dieren hebben een witte wollige vacht. Sinds een aantal jaren komen er weer grijze zeehonden langs de Nederlandse kust voor. Vermoedelijk zijn deze afkomstig van de Britse kusten. Ook op de grijze zeehond wordt in sommige landen nog gejaagd.

| | fav
Kennis Kennis
Natuur Natuur
Water Water

vitens