Nog voor de tijd van kunstmest en maaimachines kregen 'wilde' bloemen letterlijk en figuurlijk alle ruimte. Juni was jaarlijks de kleurrijkste maand met een overdaad aan rijkbloeiende planten aan slootkanten, in bermen en langs bosranden. Wie oud genoeg is om over vroeger te praten, herinnert zich de vanzelfsprekendheid van de rood-wit-blauwe bermen gevuld met klaprozen, margrieten en korenbloemen
Zo rond de jaren '70 van de vorige eeuw veranderde dat. Kunstmest zorgde ervoor dat veel grond te voedselrijk werd, terwijl juist op schrale grond veel prachtig bloeiende planten groeien. Toen de trend ontstond dat alle bermen een tweejaarlijkse maaibeurt moesten krijgen, werden wilde bloemen zonder pardon tot de grond toe afgemaaid tegen de tijd dat ze hun knoppen openden. Klaprozen, margrieten en korenbloemen verdwenen naar de achtergrond.
Gelukkig komt het oude cultuurlandschap langzaam weer terug. Veel natuurinstanties hebben gevochten om stukken land weer te verschralen en ze vooral niet in het voorjaar te maaien. Hier en daar kan de natuur weer zelf bepalen welke plantensoorten terug mogen komen. Soms worden plantensoorten door de mens opnieuw ingezaaid.
Niet alleen buiten de bebouwde kom overigens, ook bermen binnen de bebouwde krijgen hun vrijheid terug. Planten die het er naar hun zin hebben, mogen zich naar hartelust ontwikkelen.
Dus daarom kunnen we weer geregeld van flinke hoeveelheden klaprozen, margrieten en korenbloemen genieten.

Pak een bloemblaadje van de klaproos en vouw het bolvormig als een klein buideltje. Sla dit tegen het voorhoofd of op de handrug en een 'harde' knal is het gevolg. Zie hier de verklaring voor de naam klaproos.
Overigens spreekt men in sommige streken ook van kruisbloem. Wanneer de kruisvormige stempel op de zaadbol vol zit met zwart stuifmeel, stempelen kinderen hiermee soms op elkaars voorhoofd.
Vroeger dacht men dat klaprozen groeiden op de plaats waar iemand vermoord was en dat het bloed de bloemblaadjes kleurde. Daarom ook dacht men dat er vroeger vele klaprozen verschenen op slagvelden. In werkelijkheid was de oorzaak hiervoor dat door het omwoelen van de grond tijdens zo'n slagveld, veel zaden naar de oppervlakte kwamen. Onder invloed van het zonlicht kregen ze de mogelijkheid te kiemen.
Papaver rhoeas is de bekende 'berm-klaproos' maar er zijn nog tal van andere soorten. Papaver somniferum (de slaapbol) is de leverancier van maanzaad én opium en voor de siertuin zijn tal van vaste vormen van Papaver orientale te koop. In allerlei bloemkleuren en zowel enkel- als gevuldbloemig.
Het margrietengeslacht is zo groot dat bij de in het wild groeiende margriet gesproken wordt over de gewone margriet. Zijn wetenschappelijk naam is Leucanthemum (lange tijd overigens Chrysanthemum) wat afgeleid is van de Griekse woorden leukos, wat wit betekent, en anthemon, de letterlijke vertaling van bloem. De soortnaam vulgare betekent 'gewoon'.
De Nederlandse naam margriet stamt af van het eveneens Griekse margarites dat oorspronkelijk uit het Babylonisch komt en letterlijk parel betekent.
Hoe gewoon ook, de gewone margriet heeft zeker sierwaarde. Dat dit zelfs tot in koninklijke kringen doordrong, bewijst het feit dat Koningin Wilhelmina de gazons bij Paleis Het Loo vroeger pas liet maaien nadat alle margrieten waren uitgebloeid.
Leucanthemum vulgare is de gewone margriet die veel in wildbermen voorkomt. Voor de tuin zijn tal van cultivars van deze soort verkrijgbaar. In de regel zijn dit planten die slechts een paar jaar leven maar wel overdadig bloeien. Het overgrote deel van de siervormen voor de tuin komt voort uit Chrysanthemum superbum. Deze soort levert tal van cultivars met uiteenlopende kleuren die bloeien van de zomer tot aan de vroege herfst.
Het is heel simpel; de korenbloem heet zo omdat hij vroeger vooral langs en in korenvelden groeide en bloeide. De plant heeft slechts weinig ruimte nodig zodat hij eenvoudig tussen het hoge graan kon overleven. Omdat ook andere bloemen die daar groeiden soms korenbloemen werden genoemd, spreekt men vaker over de blauwe korenbloem.
De laatste decennia is de blauwe korenbloem sterk in aantal achteruitgegaan. Dat komt onder ander doordat de teelt van granen tegenwoordig met steeds zuiverdere mengsels – monocultures – plaatsvindt. In bermen van binnenwegen is de bloem nog wel regelmatig te zien; bij voorkeur op plaatsen waar de grond enigszins arm is.
Centaurea cyanus is de bekende eenjarige blauwe korenbloem waarvan ook witte en roze variëteiten in zaadvorm te koop zijn. Centaurea montana is de vaste vorm die vaak in gemengde tuinborders wordt gecombineerd. Daarnaast zijn er tal van andere vaste Centaurea-soorten. Centaurea macrocephala bijvoorbeeld vormt een forse plant van ruim een meter hoog met grote gele bloemen die wel iets van een distel weg hebben.