Lieveheersbeestje


Aan de kleur en stippen op het dekschild van het lieveheersbeestje kun je zien om welke soort het gaat. Het zijn kevers met onder het schild de vleugels. Hij voelt, ruikt en proeft met zijn twee voelsprieten.
Het lieveheersbeestje heeft speciale ogen. Het is namelijk een zeshoek, bestaande uit kleine deeltjes met allemaal lenzen (facetogen). Het beestje kan hierdoor naar verschillende kanten kijken in één keer. Maar heel veel hebben ze er niet aan, want ze kunnen er nauwelijks mee zien. Ze zien zelfs hun prooi niet, dus daar moeten ze tegenaan lopen voor ze het door hebben.


Lekker kleurtje

Als het lieveheersbeestje uit de pop komt, heeft hij nog geen kleur en stippen. Dit duurt nog een paar minuten. De felle kleur krijgen ze om zichzelf te beschermen. Andere dieren denken nu namelijk dat ze vies smaken. Verder hebben ze nog andere manieren om zichzelf te beschermen. Ze laten bijvoorbeeld vies en stinkend vocht los. Ook kunnen ze zo stil liggen dat vijanden denken dat ze dood zijn.

 

Bladluizen

Het lieveheersbeestje leeft van bladluis. Hij eet er per dag een stuk of honderd. Dat ze niet uitsterven is door de temperatuur geregeld. Als het koud is, zijn er minder bladluizen en ook minder lieveheersbeestjes. Als het warmer wordt, worden eerst de bladluizen groot, voor de lieveheersbeestjes er zijn. Sommige soorten bladluizen kunnen een kleverige stof loslaten. Deze stof blijft aan de kaken van het lieveheersbeestje plakken. Omdat hij ze nu niet meer kan gebruiken, moet hij eerst zijn kaken schoonmaken en kan de luis ontsnappen. Ook eten ze stuifmeel of zoet fruit. Daarnaast eten sommige soorten planten, schildluizen en de wittige schimmels die op honingdauw leven

| | fav
Kennis Kennis
Natuur Natuur
Water Water

vitens