Mieren gaan graag in bomen en struiken zoeken naar bladluizen. Deze eten ze niet op, maar ze melken de kleine beestjes. Met hun voelsprieten wrijven ze over het achterwerk van de mier en ze trommelen erop. De luis poept dan honingdauw uit. Dit is een zoete vloeistof die de mier erg lekker vindt. Sommige mieren leven er zelfs van. In ruil daarvoor beschermt de mier de luizen.
Verschillende miersoorten maken een soort ondergrondse boerderijen. Ze houden hier luizen in aparte hokjes.