Het is altijd griezelen wanneer er een oorworm of een pissebed voorbij kruipt. Maar wat voor diertjes zijn het eigenlijk? Waarvan leven ze en hebben ze ook nut?
Een oorworm is geen worm en leeft niet in oren. Om die misverstanden maar meteen uit de wereld te helpen!
Een oorworm wordt gerekend tot de gevleugelde insecten omdat hij vier vleugels heeft. Vleugels die hij zelden gebruikt overigens want het is een echte bodembewoner. En omdat hij zich graag verstopt in kleine ruimtes en smalle spleten werd vroeger gedacht dat hij ook in de oren van dieren en mensen kon kruipen. Dat laatste is echter een fabel.
Uit fossiele vondsten blijkt dat de eerste voorouders van onze oorwormen circa 200 tot 300 miljoen jaar geleden zijn ontstaan. Het zal menigeen zeker verbazen dat er inmiddels zo'n 1800 verschillende oorwormsoorten zijn beschreven; soorten die wereldwijd voorkomen behalve in hele koude streken en woestijnen.
Bij ons komt een handvol soorten voor. De bekendste is de grote of gewone oorworm maar ook de bosoorworm, de kleine oorworm en de zandoorworm leven in ons land.
Oorwormen verstoppen zich overdag graag op donkere en vochtige plaatsen om pas tegen de schemering tevoorschijn te komen. Dan gaan ze op zoek naar voedsel. Ze eten alles, zowel dood als levend plantaardig of dierlijk materiaal. Wat ze het lekkerst vinden? Insecten, algen, schimmels, mossen, jonge blaadjes, bloemen en vruchten. Als een bepaalde voedselbron op raakt, schakelt de oorworm makkelijk over op ander voedsel. Een oorworm lijdt daarom nooit honger!
Ook bladluizen vinden ze smaakvol. Daarom worden ze in de landbouw geregeld ingezet als natuurlijk bestrijder van bladluizen. Een oorworm ziet er dan misschien wat eng uit, het dus wel een buitengewoon nuttig diertje.

Ook de pissebed, verre familie van de kreeft, telt een grote hoeveelheid soorten. Ruim 4000 zijn er inmiddels benoemd. Oorspronkelijk waren het zeedieren maar in de loop der tijd hebben de pissebedden ook het land veroverd. De pissebedden zoals we die bij ons in de tuin tegenkomen, heten dan ook officieel landpissebedden.
De 36 soorten landpissebedden die in Nederland leven, hebben vanwege hun 'zeeverleden' nog altijd behoefte aan een vochtige omgeving. Op droge plaatsen komen de diertjes niet voor.
Bijzonder is dat ze hun oorspronkelijke kieuwen hebben behouden. Die zitten tegenwoordig in de poten van het achterlijf. Met die kieuwen zijn ze in staat zuurstof uit de omgeving op te nemen. Een pissebed is dus een ingenieus gebouwd diertje.
Een andere aanpassing aan het landleven is de manier waarop hun jongen ter wereld komen. Eerst legt een pissebed eitjes en als de jongen uitkomen, blijven deze in een soort buidel tegen de borst van het vrouwtje zitten. Pas wanneer ze een aantal keren zijn verveld, gaan ze de vrijheid tegemoet. Pissebedden zijn daarmee de enige kreeftachtigen die in hun eerste levensfase niet afhankelijk zijn van water.
De landpissebed zoals we die bij ons in de tuin tegenkomen, is een nuttig dier. Twee bekende soorten, de rolpissebed en de kelderpissebed, leven bijvoorbeeld van rottende plantendelen. Die zetten ze om tot vruchtbare humus.
Behalve dat ze de boel opruimen, leveren ze dus waardevolle voeding voor de planten in de tuin.
Zorg in de tuin daarom altijd voor voldoende schuilplekken, liefst op een licht beschaduwde plaats vanwege de vochtigheid. Een oude bloempot in stukken of op zijn kop, een stapeltje takken of wat sloophout op een hoop; het zijn de ideale schuilplekken waar zowel de pissebed als de oorworm zich rustig kan verschuilen.
Laat u niet afschrikken door hun wat vreemde uiterlijk maar bedenk vooral hoeveel nut ze hebben in de tuin.