Heb je weleens een Marokkaanse paling van 60 centimeter lang, met een gewicht van 7 kilo en 30 jaar oud gezien? Het zou zomaar kunnen, want dat is hoe groot palingen kunnen worden. Verder komen ze in het hele Middellandse Zeegebied, de Oostzee, tot in het noorden van Noorwegen en in de Benelux voor.
De paling heeft iets weg van een slang. Hij is dun, lang en heeft een slijmerige huid. Hij kan even op het land blijven, omdat zijn kieuwopeningen klein zijn en daardoor lang vochtig blijven. Zijn schubben zitten verborgen in zijn huid. Het beestje heeft geen buikvinnen en kleine borstvinnen.
Angst voor overbevissing heeft de wetgeving aangescherpt: er mag nu drie maanden per jaar, in heel Nederland, niet op paling gevist worden. De overbevissing heeft te maken met de reis van de paling. Als hij geslachtsrijp is, zwemt hij naar de Saragossa zee bij de Bermuda-eilanden. Na de paring komen de palingen terug met de jonge glasaal. Hier gaat het mis, omdat ze door Spanjaarden en Portugezen uit de zee worden gevist, om in kwekerijen te worden uitgezet. Steeds minder vissen vertrekken daardoor uiteindelijk naar de Saragossa zee om te paren. Per jaar wordt er nu zo'n 500 kilo pootaal uitgezet door de beroepsvissers om de palingstand op peil te houden.