Opvallend zijn de rood gekleurde bessen die de struik vrijwel het hele jaar sieren. Ook gedurende de winter. Zelf strenge vorst deert de bessen niet want in de bes zit een grote hoeveelheid benzoëzuur dat werkt als een soort 'antivries'. Daardoor kunnen de bessen temperaturen tot -22 °C verdragen.
Gedurende de winter staan de bessen hoog op de menulijst van het korhoen. Ook marterachtigen en vossen zijn liefhebbers. Vandaar dat de rode bes vaak vossebes wordt genoemd. En wie een kookboek openslaat, leest dat deze rode bosbes ook een geliefde smaakmaker is in wildgerechten.
De blauwe bosbes bloeit van april tot juni met soms een tweede bloei in de herfst. Kort na het uitbloeien ontstaan er zwartblauwe bessen. Overigens alleen op stengels die drie jaar of ouder zijn.
De bessen zijn heel goed eetbaar en bevatten een hoog gehalte aan vitamine C. Vaak worden ze verwerkt in jam. In de omgeving van het Belgische plaatsje Vielsalm groeien grote hoeveelheden van de blauwe bosbes. Het stadje heeft zichzelf de naam 'la capitale des myrtilles' gegeven. Jaarlijks zijn er in de zomer de bekende bosbessenfeesten die veel toeristen trekken.