De echte tondelzwam is een paddenstoel, preciezer een houtzwam, die vooral groeit op oude halfdode en dode bomen. Het is zijn taak om die opgegeven bomen als het ware op te eten. Behalve de tondelzwam zijn er nog veel meer houtzwammen die als opruimers van bos werkzaam zijn.
Bij voorkeur groeit de echte tondelzwam op beuken maar ook op berken en populieren komt hij voor. Omdat er in de vrije natuur steeds minder oude bomen voorkomen, is deze zwam is een zeldzaamheid geworden. Inmiddels is hij in Nederland beschermd.
De tondelzwam heet zo omdat hij vroeger gebruikt werd als tondel. Een tondel, soms ook wel tonder genoemd, is een verzamelnaam voor licht ontvlambaar materiaal en deed vroeger dienst als aanmaakmateriaal voor vuur. Bijvoorbeeld militairen die in bossen bivakkeerden, gebruikten de zwam veel.
Om vuur te maken werd een schijfje geprepareerde tondelzwam met een scherp voorwerp geschraapt. Daardoor ontstond fijn pluizig materiaal. Door er vonken van vuursteen op te laten springen, vatte dit materiaal eenvoudig vlam.
Toen in 1991 in de Alpen de ijsmummie Ötzi werd gevonden, vond men bij hem een stuk tondelzwam. Het vermoeden is dat Ötzi de zwam ook als tondel gebruikte.
In de uitgestrekte bossen van Roemenië en Hongarije maakt men van gedroogde tondelzwammen nog altijd hoofddeksels. En in berggebieden als de Alpen en de Pyreneeën zijn de zwammen nog geregeld te zien als decoratie aan de wand.