De oudste aanwijzingen van salamanders gaan terug tot het Jura, de geologische tijdsperiode die duurde van circa 200 miljoen tot 145 miljoen jaar geleden. Het was een periode die werd gekenmerkt door de opkomst van de vogels en de eerste kleine primitieve zoogdieren.
Veel van de huidige salamanders zoals die nu voorkomen, zijn gedurende de evolutie nauwelijks veranderd; de meeste zijn ook bekend als fossiel.
Een voorbeeld is de grotsalamander waarvan fossielen zijn gevonden die stammen uit het Krijt, de geologisch periode van 145 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden.
Salamanders leven voornamelijk in Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Europa. In totaal zijn er zo'n 600 verschillende soorten. Dat lijkt veel maar is bescheiden in vergelijking met de kikker die ruim 5500 soorten kent. In Nederland komen vijf soorten voor.
Grofweg is bij salamanders een verdeling te maken in de landsalamanders die zelden het water opzoeken, de watersalamanders die een groot deel van het jaar in het water leven en de strikt aquatische soorten die het water nooit verlaten.
Salamanders zijn in de regel nachtdieren. Alleen soorten die tijdens de voortplanting het water opzoeken, zijn overdag te zien. Ze eten alles wat ze op hun nachtelijke tochten tegenkomen en niet te groot is om in de bek te nemen. Op de menulijst van deze 'vleeseters' staan wormen, insecten, larven, spinnen en slakken.
Niet voor iedereen is het overigens duidelijk wanneer het gaat om een salamander of een hagedis. Een salamander is een amfibie en een hagedis een reptiel. Maar wat is precies het verschil?
Een salamander heeft een gladde, iets wrattige en meestal vochtige huid zoals een kikker en legt de eitjes meestal in het water. Die eitjes liggen dan ingepakt in een geleiachtige massa en ook hier zien we een overeenkomst met de kikker. Een salamander heeft geen klauwen aan de tenen.
Een hagedis heeft een huid die bedekt is met hoornachtige schubben en het dier legt de eitjes op een beschutte plaats op het land. De eitjes hebben een harde leerachtige schaal. Bij een hagedis zijn de tenen wel uitgegroeid tot kleine klauwen.
Verder warmen hagedissen zich graag op in de hete zon en leven ze altijd op het land terwijl salamanders het daglicht juist schuwen en sommige soorten een deel van hun leven, of soms zelfs hun hele leven, in het water verblijven.
Salamanders die in Nederland voorkomen
De kleine watersalamander is na de bruine kikker en de gewone pad de meest algemene amfibie in Nederland. Wie een goed zoekt, komt het diertje zeker tegen.
De salamander wordt zo'n 11 cm lang en de mannetjes hebben een gevlekte huid, kleurrijker dan de huid van de vrouwtjes, en een witte buik. Vrouwtjes hebben kleinere vlekken die alleen op de buik zitten en een bruine rug.
Alleen in de periode van de voortplanting leven de diertjes in het water. Dan verandert vooral bij de mannetjes, het uiterlijk drastisch,. De ruwe droge huid verandert in een gladde huid met felle kleuren op de buik en de tenen krijgen 'zwemvliezen' voor een snelle verplaatsing door het water. Een andere opvallende aanpassing bij de mannetjes is de grote golvende kam op rug en staart.
Vrouwtjes krijgen slechts een onopvallende kam op de staart die niet doorloopt op de rug maar ophoudt bij de basis. Al deze aanpassingen verdwijnen weer wanneer de salamanders, na de voortplantingsperiode, opnieuw het land opzoeken.
De vuursalamander heet ook wel gevlekte landsalamander of goudsalamander. Allemaal benamingen die verwijzen naar zijn geel-zwart gevlekte huid. De bedoeling van die fel gekleurde huid is om rovers af te schrikken. Een verstandige waarschuwing want het diertje is vrij giftig.
De vuursalamander is één van de grootste Europese amfibieën. Van kop tot puntje staart meet hij soms iets meer dan 20 cm. Het is een landdier met een wat plompe, ronde lichaamsbouw. Ook de staart is rond.
Het meest bijzondere aan de vuursalamander is het feit dat hij geen eitjes legt maar deels ontwikkelde larven ter wereld brengt en soms zelfs volledig ontwikkelde larven wat uitzonderlijk is voor amfibieën. Die larven beginnen hun aardse leven aan de randen van beken en bronnen met helder en zuurstofrijk water.
In Nederland en België is de vuursalamander beschermd. Het is een zeldzame soort die op slechts enkele plaatsen en in kleine populaties voorkomt.
Zij naam klinkt wat exotisch met die verwijzing naar de Alpen maar deze salamander komt ook wel degelijk voor op Nederlands grondgebied. Het diertje leeft in verschillende Europese landen van het Nederlandse zeeniveau tot op 2500 meter hoogte in de Franse en Zwitserse Alpen.
De alpenwatersalamander staat in Nederland niet op de lijst van beschermde diersoorten en in verschillende Nederlands provincies zoals Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Drenthe leven hele populaties.
Hét opvallende kenmerk van deze circa 10 cm lange salamander is de helderoranje buik zonder vlekken met een blauwe streep aan de zijkant. De rest van het lichaam is bij de mannetjes grijsblauw en bij de vrouwtjes grijs met een lichte marmertekening.
Deze salamander blijft altijd dicht in de buurt van water. Tijdens de paartijd zijn de alpenwatersalamanders voortdurend in, bij voorkeur visvrij water te vinden maar buiten de paartijd gaan ze ook geregeld het land op.
Omdat het mannetje tijdens de paartijd een dun draadje aan de punt van zijn staart heeft, wordt deze salamander ook wel draadstaartsalamander genoemd. Soms ook spreekt men over zwemvoetsalamander.
De vinpootsalamander is vooral in de waterfase een kleurrijke verschijning. De rug is bruingroen, de buik in het midden oranje, de zijde geelwit met donkere vlekken en de keel rozeachtig. Tijdens die waterfase hebben mannetjes ook grote zwarte zwemvliezen aan de achterpoten, vandaar de naam zwemvoetensalamander, en aan het einde van de staart de staartdraad die tot 8 mm lang kan zijn. Daarnaast krijgen mannetjesdieren ook een lage, onopvallende kam die hoog doorloopt over de oranje staart. Daarmee is de vinpootsalamander dus duidelijk van andere soorten te onderscheiden.
Gaan de diertjes aan land, de plaats waar ze het grootste deel van het jaar verblijven, dan is de huid ruw en droog en de kleur donkerder. De rug- en staartkam, de zwemvliezen en het staartaanhangsel verdwijnen dan.
Met zijn lengte tot 8-9 cm is het de kleinste Nederlandse salamander. Het diertje komt vooral voor in Noord-Brabant en Limburg.
De kamsalamander heet ook wel grote watersalamander. De soort is vooral herkenbaar tijdens de paartijd wanneer het mannetje een hoge en sterk getande rug- en staartkam krijgt die precies boven de achterpoten is onderbroken. De buik is gedurende die periode helder- of oranjegeel met grote zwarte vlekken. Het beestje is hooguit 20 cm groot maar heeft met wat fantasie de uitstraling van een mini-dinosaurus.
De kamsalamander leeft tijdens de voortplantingstijd vooral overdag met name in bosvijvers en andere diepe wateren. Uit onderzoek is gebleken dat de kamsalamander elk jaar dezelfde poel bezoekt. Buiten zijn waterseizoen is hij vooral tijdens de nachten actief; vooral aan bosranden in lagen van halfverteerde bladeren en in dichtbegroeid grasland of onder stenen.
In Nederland en België wordt de kamsalamander beschouwd als ernstig bedreigd en is hij beschermd. Door drooglegging van mogelijke voortplantingswateren en door ontbossing is de soort op de rode lijst van beschermde diersoorten terecht gekomen.