Wilde varkens


In de omgeving van wilde varkens zie je vaak omgewoelde aarde. Dit is het bewijs dat ze op zoek zijn geweest naar voedsel. Vooral in de buurt van eiken, want ze zijn dol op eikels. Verder eten ze kastanjes, knollen, bladeren, regenwormen, knaagdieren... Eigenlijk alles dus.
Ze leven in rotte. Dat zijn kleine groepen. Een rotte bestaat uit vrouwtjes met hun jongen en zwijnen van één en twee jaar. De volwassen mannetjes leven alleen, maar wel vaak op een vaste plek. Ze worden zo'n negen jaar oud. In gevangenschap kunnen ze wel twintig jaar worden. Ze wonen voornamelijk in loofbossen en landbouwgebied.
Het wilde zwijn lijkt op een varken, maar heeft een borstelige vacht. Zeker 's winters en dan heeft hij ook een dikke ondervacht. De slagtanden vind je alleen bij het mannetje. Tijdens gevechten wordt hij beschermd door een soort ingebouwd schilt. Over zijn borstkas heeft hij namelijk een laag kraakbeen van vier centimeter.


Biggetjes
De varkens krijgen gemiddeld vier tot zeven jongen per keer. De baby's wegen iets meer dan een kilo en door hun strepen lijkt het of ze een pyjama aanhebben. Deze strepen verdwijnen later.

| | fav

vitens