Water uit de kraan is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Toch was dit nog niet zo lang geleden helemaal niet zo vanzelfsprekend. De waterleiding in Utrecht bijvoorbeeld, is pas net 125 jaar oud. Voordat deze werd aangelegd, waren de inwoners van Utrecht aangewezen op regenwater, oppervlaktewater of – in het gunstigste geval – grondwater uit putten.
Aan het einde van de 19de eeuw had de Compagnie General des Conduites d'Eau uit het Belgische Luik al enige ervaring met de aanleg van waterleidingen. Onder andere door werkzaamheden in Parijs. In 1881 ontstond er vanuit dit Belgische bedrijf de Compagnie des Eaux d'Utrecht.
Op 31 maart 1883 opende de toenmalige burgemeester mr. W.R. de Boer een afsluitkraan in het destijds vermaarde park Tivoli. Sinds die dag is leidingwater voor de inwoners van de stad Utrecht een feit.
Als bron voor het Utrechtse leidingwater koos men voor de zandgebieden bij Soestduinen. Daar bleek het grondwater bijzonder schoon. Bij het oppompen ervan werden kolen als brandstof gebruikt en om die voldoende in de buurt te hebben, werd het pompstation vlakbij het treinstation Soestduinen aangelegd.
Via een 13 kilometer lange leiding liep het water vanuit een groot bassin (De Stompert) in de richting van de stad. Aan de Van Weerden Poelmanweg in Soestduinen bevindt zich nog altijd het voormalige pompstation. Binnen in dat pompstation is nog goed te zien hoe het winnen van drinkwater vroeger in zijn werk ging.
-1897.jpg)
Doordat het waterwingebied in Soestduinen hoger lag dan de stad Utrecht, kon het water gemakkelijk naar de stad stromen. Maar hoe meer aansluitingen op de leiding kwamen, hoe lager de waterdruk werd. In 1896 besloot De Compagnie – inmiddels omgedoopt tot Utrechtse Waterleiding Maatschappij – een watertoren te bouwen. Deze kwam op het Predikherenhof (tegenwoordig Lauwerhof).
Door de groeiende vraag naar drinkwater kreeg de stad er in de loop der jaren nog drie torens bij: in Lombok, aan de Vaartsche Rijn en aan de Amsterdamsestraatweg. Op die in Lombok na, zijn alle torens nog intact. Op het Lauwerhof is tegenwoordig het Waterleidingmuseum gevestigd.
Sinds de eerste drinkwaterlevering in 1883 is er een hoop veranderd. Steeds meer gemeenten in de regio Utrecht kregen een aansluiting op het leidingnet; na de Tweede Wereldoorlog telde Nederland al ruim 200 drinkwaterbedrijven.
Vanaf het moment dat vrijwel iedereen toegang had tot het leidingnet, verschoof de aandacht meer en meer naar de kwaliteit en leveringszekerheid van het water. Waterbedrijven besloten steeds vaker hun krachten te bundelen om zo het drinkwater voordeliger en veiliger te kunnen aanbieden.

De winning en zuivering van drinkwater heeft in 125 jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Door de toepassing van moderne technologie is het Nederlandse drinkwater het schoonste en veiligste ter wereld.
Met alle kennis en ervaring die Vitens in de loop der jaren heeft opgedaan, is het drinkwaterbedrijf steeds vaker betrokken bij het opzetten van betrouwbare drinkwatervoorzieningen in ontwikkelingslanden.