Schoon water dankzij Willem Boele


Eeuwenlang haalden de Kampenaren hun drinkwater uit de stadsgrachten en uit de IJssel. Dat dit water niet bepaald gezond was – de stadsgracht fungeerde als open riool – was tot ver in de 19de eeuw onbekend. In alle grote steden werd aangenomen dat 'bedorven lucht' de belangrijkste oorzaak was van bijvoorbeeld cholera. Dat veel ziektes en epidemieën direct verband hielden met het vieze (drink)water wist men niet.

Een beruchte cholera-epidemie in 1866 kostte aan ruim 19.000 mensen het leven. In Overijssel alleen al stierven meer dan 1000 mensen. Het plaatsje Kampen werd, met 305 doden, het zwaarst getroffen. Pas vanaf dat moment werd het verband gelegd tussen de kwaliteit van het drinkwater en ziektes als cholera.

 

Gezondheidscommissie

Een in het leven geroepen gezondheidscommissie stelde voor om voortaan alleen nog maar water uit de IJssel te gaan gebruiken en dit wel eerst te zuiveren. Het idee was, om daarmee het risico te verkleinen dat er opnieuw epidemieën uit zouden breken. Gemeenteraadslid Willem Boele was daar echter faliekant op tegen. Hij toonde aan dat de meeste choleraproblemen juist voorkwamen in woongemeenschappen die dicht aan de IJssel lagen. Rivieren noemde hij 'de dragers van de smetstof'. Hij stelde daarom voor om water van grote diepten op te pompen in het heidegebied nabij het bij het station van Wezep.

Opperbeste kwaliteit

Niet iedereen was het meteen met de ideeën van Boele eens maar hij was vastberaden. Uiteindelijk kreeg hij in 1881 een budget vrij van fl. 2500,- waarmee hij een put kon slaan op de Wezepsche Heide. Die put leverde direct en gemakkelijk voldoende water van een opperbeste kwaliteit.

Vanaf 1886 kwam de waterproductie werkelijk op gang en via een buizenstelsel was het water op een eenvoudige manier naar Kampen te transporteren. Op 1 april 1889 werd het eerste water aan de bevolking van Kampen geleverd. Het was meteen een groot succes en steeds meer woningen werden op de waterleiding aangesloten.

Boeren

Natuurlijk was niet iedereen blij met deze nieuwe manier van waterwinning. Vooral de boeren bleven maar al te graag gebruik maken van de vertrouwde stadspompen. Hun koeien hadden namelijk veel water nodig en het pompwater was, in tegenstelling tot het moderne leidingwater, gratis.

Tegeltableau

In 1980 was het oude pompstation van Wezep aan vernieuwing toe. Er kwam een nieuw gebouw maar altijd nog met dezelfde naam; Pompstation Boele. Aan het kleine gebouw hangt een tegeltableau met daarop een afbeelding van doorzetter Willem Boele.



Ieder jaar levert dit filterstation 4,5 miljoen m³ uitstekend water, genoeg om de omgeving van Wezep van goed en zacht drinkwater te voorzien.

De Wezepsche heide is inmiddels eigendom van Vitens en daarmee het grootste gebied dat Vitens in bezit heeft.

Arnhem en Amsterdam

Ook in andere Nederlandse gemeenten speelde eind 19de eeuw de discussie over drinkwater.

Ook in Arnhem bijvoorbeeld, haalde men het drinkwater uit de rivier. Toen men met behulp van microscopen ontdekte dat er grote hoeveelheid ziektekiemen in het rivierwater zaten, werd besloten om ook hier grondwater omhoog te gaan pompen en een waterleidingsysteem aan te leggen. Overigens was Amsterdam de eerste grote stad die een geheel eigen waterleidingennet kreeg.

| | fav

vitens