Waterkwaliteit en waterstromen op agrarische bedrijven


In Mosbeek, Hazelbekke of Braamberg is de komende tijd extra aandacht voor het verbeteren van de waterkwaliteit en waterstromen op en rond agrarische bedrijven en grondgebruikers. Reden hiervoor is dat er nog veel mogelijkheden zijn om een goede agrarische bedrijfsvoering en helder stromende beken en bronnen met elkaar te combineren. Het gaat hierbij om de relatief kleinschalige maatregelen die, eenmaal op de juiste plaats toegepast en/of door een grote groep, veel effect hebben. De bedoeling is om onderstaande maatregelen toe te passen waar dat zinvol is: niet alles kan en hoeft overal. Samen met de watermakelaar wordt vastgesteld welke maatregelen in een situatie effectief zijn.

1a. Ondieper maken van sloten en greppels - Veel sloten staan een groot gedeelte van het jaar droog omdat ze aangelegd zijn voor afvoer van water in piekperiodes.
1b. Slimme drainage - Ook drainage zorgt voor een goede afvoer van water, maar tevens voor een verminderde beschikbaarheid van water in tijden van gewasgroei. Drainage minder diep aanleggen, maar op kortere afstand van elkaar of voorzien van regelbare lozingspunten, verbetert de beschikbaarheid van water.
2. Dempen van sloten en greppels - Het dempen van sloten en greppels heeft invloed op het verkavelingspatroon en de waterhuishouding van de percelen.
Inrichten van overhoeken (op esranden, weilanden) voor waterberging - Mogelijk zijn stukjes of hoeken van percelen door vorm en ligging moeilijk te bewerken. Het is de moeite waard om na te gaan of voor deze stukjes een andere invulling wenselijk is.
4. Herstel van de brongebieden - Uniek zijn de brongebieden en bronbeekjes op de stuwwal. Door perceelsaanpassingen en het verleggen of verbeteren van de ontwatering in het verleden zijn deze bronnen in landbouwpercelen nu onzichtbaar, maar vaak wel merkbaar, aanwezig.
5. Realiseren van waterretentie - Specifieke (delen van) percelen lenen zich voor het extra vasthouden van water, omdat ze bijvoorbeeld relatief laag liggen en veel water 'langs' krijgen.
6. Herinrichting/herstel beekdalen en beeklopen tot natuurlijke watersystemen - Ook de beken in het gebied zijn in het verleden vaak heringericht op waterafvoeren, omdat zo drooglegging en kavelgebruik werden verbeterd. Een gevolg hiervan is extra verdroging en sterke vermindering van de hoeveelheid vast te houden water in het systeem.
7. Stimuleren blijvende grasstroken op overgangen es-beekdal en langs beken - Bij landbouwpercelen op dergelijke overgangen vloeit bij regenval direct veel water af. Daardoor verdwijnen ook voedingsstoffen en (bij geen gewas) een deel van de bodem. Dit zorgt voor een slechte waterkwaliteit in de beek en voor een sterk wisselende waterafvoer.
8. Stimuleren verdere beperking stikstofverlies op landbouwpercelen - Het doel is om een minimale uitspoeling van stikstof naar bodem en grondwater te verkrijgen, als onderdeel van een optimale stikstofkringloop op het agrarische bedrijf.
9. Inrichting agrowadi's voor afspoeling erfwater - Regenwater dat van het erf van een veehouderij afstroomt, voert stoffen mee naar het oppervlaktewater. Het betreft vooral stikstof, fosfaat, koper en zink. Een agrowadi beperkt de afspoeling van deze stoffen.
10. Overig - Er zijn situaties denkbaar waarbij aan de doelstelling van dit project wordt bijgedragen op een andere wijze dan aangegeven in één van bovengenoemde maatregelen.

| | fav
Kennis Kennis
Natuur Natuur








































Water Water

vitens