Zoet water op een ‘zout’ eiland


 Het eiland Terschelling wordt langs alle kanten omgeven door zout water. Voor de drinkwatervoorziening maken bewoners en toeristen gedeeltelijk gebruik van het zoete grondwater. Grondwater dat wordt aangevuld met regenwater.

Zoetwaterbel

Zoet water is lichter dan zout water. Dat geldt zowel voor het grondwater als het oppervlaktewater en leidt altijd tot het drijven van het zoete water op het zoute water. In de bodem wordt dit gereguleerd door een hydrostatisch evenwicht; ook hier mengen zoet en zout water zich nooit.

Op Terschelling wordt het meeste grondwater opgepompt uit de duinen. Wanneer de duinen hoog genoeg zijn of wanneer er sprake is van verschillende duinen achter elkaar, kan de grondwaterstand zich verheffen. Soms tot wel vijf meter boven het zeeniveau. De druk die hierdoor ontstaat, duwt de grens tussen het zoute en zoete water extra naar beneden. Zo ontstaat als het ware een zoetwaterbel.

Tot 100 meter diepte

De omvang van de zoetwaterbel op Terschelling varieert. Onder de bossen nabij West Terschelling is de bel het diepst, tot ongeveer 100 meter. Uiteraard hangt dit alles samen met de doorlatendheid van de verschillende bodemlagen.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat aan de noordzijde van het eiland zich nog een 60 meter dikke laag van zoet grondwater bevindt.

Vergroten

| | fav
Kennis Kennis
Natuur Natuur
Water Water

vitens